Evaluation of curcumin derivatives: antifungal activity and possible applications
Promotie: | Mw. V. (Veridianna) Camilo Pattini |
Wanneer: | 12 maart 2025 |
Aanvang: | 14:30 |
Promotors: | prof. dr. H.C. (Henny) van der Mei, prof. dr. L.O. Regasini, prof. dr. M.T. Gottardo de Almeida |
Waar: | Academiegebouw RUG |
Faculteit: | Medische Wetenschappen / UMCG |

Evaluatie van curcuminederivaten: antischimmelactiviteit en mogelijke toepassingen
De toenemende prevalentie van schimmelinfecties en de groeiende resistentie tegen bestaande antischimmelmiddelen onderstrepen de dringende noodzaak voor nieuwe therapeutische alternatieven. De potentie van curcumine als antischimmelmiddel is aangetoond, echter heeft curcumine zowel een lage oplosbaarheid als biologische beschikbaarheid. Gezien de potentie en benoemde beperkingen van curcumine is in dit proefschrift de antischimmelactiviteit van curcumine-analogen onderzocht.
In dit proefschrift van Veridianna Camilo Pattini zijn potente antischimmelverbindingen aangetoond, met name 3,3’-dimethoxycurcumine (DMC). DMC vertoonde een sterke activiteit tegen Candida- en dermatofyten-soorten en een synergetisch effect in combinatie met terbinafine. DMC richtte zich specifiek op de membranen van Candida-soorten door een complex te vormen met ergosterol en vertoonde geen toxiciteit in het in vivo-model Galleria mellonella.
Naast DMC vertoonde 3-hydroxy-dibenzylideenaceton eveneens een sterke antischimmelactiviteit, waarbij tegen bepaalde Candida-soorten een sterkere activiteit werd geobserveerd wanneer vergeleken met fluconazol. 3-hydroxy-dibenzylideenaceton remde de adhesie van schimmels en biofilmvorming, terwijl het synergie vertoonde met andere antischimmelmiddelen. De verbinding richtte zich op zowel het membraan als de celwand van de schimmel, met verbeterde stabiliteit en lagere toxiciteit wanneer vergeleken met curcumine.
Om mogelijke toepassingen te onderzoeken, werd een coating, op basis van 2-hydroxy-dibenzylideenaceton, getest op antifouling-eigenschappen tegen Candida-biofilms. De coating verminderde significant de hechting van schimmels, hyfale groei en biofilmvorming, terwijl het eveneens belangrijke biofilm-gerelateerde genen downreguleerde. Deze bevindingen onderbouwen een potentieel gebruik van deze coating ter preventie van Candida-geassocieerde infecties.
Al met al biedt dit proefschrift inzicht in de structuur-activiteitsrelaties van curcumine-analogen en effent het de weg voor de ontwikkeling van nieuwe antischimmelmiddelen en biofilm-voorkomende coatings.