Afsplitsingen
Politieke bewegingen komen en gaan, fuseren of vallen uit elkaar. Sinds het einde van de negentiende eeuw kent het Nederlandse parlement fracties: samenwerkingsverbanden van Kamerleden die behoren tot dezelfde politieke partij of beweging. Sindsdien tekenen zich er van tijd tot tijd barsten af in deze samenwerking. Vaak breken Kamerleden met hun fractie vanwege een meningsverschil over de koers van de partij, soms ook vanwege persoonlijke onenigheid. Wanneer Kamerleden ervoor kiezen om hun zetel te behouden en alleen of met anderen verder te gaan, spreken wij van een afsplitsing. Voor beide Kamers geldt dat de frequentie van het aantal afsplitsingen doorheen de jaren onmiskenbaar is toegenomen.
Afsplitsers zijn staatsrechtelijk gezien geen vertegenwoordiger van een (nieuwe) partij en dragen dus ook niet de naam van deze partij. Een afgesplitste fractie wordt aangeduid als ‘groep’ of ‘fractie’, aangevuld met één of meer namen van de fractieleden. De exacte regels hiervoor zijn verschillend voor de Eerste en Tweede Kamer. Het uiteenvallen van een Kamerfractie is bij herhaling wel de aanzet gebleken voor de vorming van een nieuwe politieke partij. Daarbij moet worden opgemerkt dat deze vorming de facto buiten het parlement plaatsvindt, met de oprichting van een vereniging.